patje Site Admin

Geregistreerd op: 12 Apr 2007 Berichten: 141
|
Geplaatst: 3 Nov 2007 08:41:00 Onderwerp: Mensen met beperkingen vaker eenzaam |
|
|
Mensen met beperkingen vaker eenzaam:
Chronisch zieken en gehandicapten zijn twee keer zo vaak eenzaam als mensen zonder beperkingen. Een op de zes is dat zelfs in sterke of zeer sterke mate. Dit blijkt uit een onderzoek van TNS-NIPO in opdracht van het Rode Kruis.
Veel mensen hebben moeite met het aanspreken van een chronisch zieke of een handicap. Bijna eenderde mijdt het eerste contact. Ze zijn vaak bang iets verkeerds te zeggen of te doen en zo mekaar te kwetsen. Deze zogenaamde handelingsverlegenheid vergroot echter de kans op eenzaamheid en sociaal isolement van mensen met een beperking.
Het Nederlandse Rode Kruis wilde hieraan iets doen en startte de campagne Maak Contact om zo de drempelvrees tussen mensen met en zonder handicap makkelijker te overwinnen. Er werd zelfs een speciale website geopend met oproepen en praktische tips over hoe je als persoon zonder handicap het best omgaat met mensen die wel beperkingen hebben.
Enkele tips:
1. Mensen willen mij als gehandicapte nooit helpen.
Durf hulp te vragen. Als iemand je niet helpt, is dat meestal omdat hij zich geen voorstelling kan maken van jouw ziekte of handicap en de daaraan verbonden beperkingen. Hierdoor weten mensen vaak niet ze voor jou kunnen doen. Zeg duidelijk welke hulp je nodig hebt, dat voorkomt onhandigheid en onbegrip.
2. Als je hulp aanbiedt, zeg je best wat je doet.
Wanneer je iemand met een handicap helpt, is het handig om precies te zeggen wat je doet zodat de ander weet wat hij kan verwachten en of hij zich hiervoor moet voorbereiden. Waarschuwingen als 'We gaan nu een trap op' (bij blinde mensen) of 'Ik zet je even op twee wielen' (bij rolstoelgebruikers) voorkomen heel wat blessures. Vertel je blinde metgezel op tijd in welke situatie jullie terechtkomen - een versmalling, een afstapje, een deur. Zeg bijvoorbeeld: ?Er is een trapje voor je met vier treden, de leuning zit aan je linkerkant?.
3. Als iemand doof of slechthorend hoef je niet luider te praten.
Wanneer je praat met iemand die kan liplezen, hoef je niet te schreeuwen. Dit verandert immers de beweging van je mond, waardoor de ander niet meer ziet wat jij zegt. Spreek langzamer en duidelijk. Zorg ervoor dat je goed in het licht staat en bedek nooit je mond. Verduidelijk met gebaren wat je zegt. Veronderstel echter nooit zomaar dat een slechthorende kan liplezen. Vraag het eerst. Onthou dat liplezen veel concentratie vergt, vermoeiend en nooit 100% betrouwbaar is. Controleer dus regelmatig of je metgezel je boodschap goed begrepen heeft en zeg iets op een andere manier als het niet goed overgekomen is.
4. Mensen met een handicap kunnen voor zichzelf opkomen.
Mensen met een handicap zijn gewone mensen zoals jij en ik die over het algemeen goed voor zichzelf kunnen opkomen. Net zoals mensen zonder beperkingen waarderen ze het als je hen ruimte geeft. Bied hulp aan als dit nodig is. Ga er niet van uit dat jij weet wat het beste is voor iemand met een handicap of ziekte en praat altijd rechtstreeks met iemand, nooit via een hulpverlener of assistent.
5. Durf met iemand praten over zijn handicap of ziekte praten.
Een handicap of ziekte maakt deel uit van iemands leefwereld. Krampachtig negeren naar hoe iemand zich voelt of hoe het ermee gaat, is dan ook geen goed idee. Natuurlijk hoeft je niet eindeloos door te vragen over iemands ziekte of handicap en moet je niet naar alle intieme details doorvragen. |
|