patje Site Admin

Geregistreerd op: 12 Apr 2007 Berichten: 141
|
Geplaatst: 3 Nov 2007 16:53:37 Onderwerp: Gehandicapte -Voertuig - Verkeersbelasting en BTW |
|
|
Gehandicapte -Voertuig - Verkeersbelasting en BTW
VRAAG
Volgens de wetgeving hebben zwaar motorisch gehandicapten recht op een auto met vrijstelling van BTW en verkeersbelasting. Tegenover dit recht staat de algemene voorwaarde dat het voertuig enkel mag gebruikt worden als persoonlijk vervoermiddel van de gehandicapte. Dit betekent dat de persoon in kwestie zelf met de auto rijdt of hij wordt vervoerd met het voertuig door een tweede persoon.
Is de rit niet op ??n of andere manier nuttig voor het verplaatsen van de gehandicapte, dan moet het voertuig op stal. Deze maatregel werkt nochtans in veel gevallen voor de gehandicapte(n) in een gezin gezinsonvriendelijk.
De re?le toepassing ervan in gezinsverband werkt het gebruik van een tweede en zelfs een derde wagen sterk in de hand, zodat gezinnen met een of meer motorisch gehandicapten niet enkel verplicht worden tot de dure aanschaf van een tweede of zelfs een derde wagen, maar zich eveneens maatschappelijk voor de onmogelijkheid gesteld voelen positief in te spelen op het Kyotoverdrag inzake de CO2-uitstoot en de vragen van de gewestelijke overheden om het autogebruik te beperken in het licht van de problematische verkeerssituaties.
Het ware in deze omstandigheden veel effici?nter, milieuvriendelijker en eerlijker deze belastingvrijstellingen slechts op dit percentage van de enige gezinswagen toe te passen die voor de gehandicapte(n) wordt gebruikt volgens de gezinssamenstelling, conform het gemeentelijke bewijsstuk, en de aard van de motorische handicap, blijkens de gegevens van uw collega van Sociale Zaken.
In Nederland is deze situatie al lang onderkend en juridisch omkaderd. Daar is een aangepaste auto een gezinsrecht, waar men zelfs zo ver gaat dat hij vrij gebruikt mag worden eens hij is toegekend, en dit voor het hele gezin. Dit is een duidelijke positieve discriminatie van een gehandicaptengezin, in tegenstelling tot de Belgische situatie.
Een tweede auto is zo meestal gewoon niet nodig, wat zoveel beter is voor het verkeer op zich, het milieu en ook voor psychische rust van de mensen die de auto gebruiken.
Graag had ik vernomen of deze situatie door uw departement werd onderzocht, en zo ja, welke daar de resultaten van zijn. Zo neen, of u bereid bent dit voorstel door uw departement te laten onderzoeken, en binnen welke termijn u mij hierover uitsluitsel kunt geven.
ANTWOORD
Uit de bepalingen van betreffende gunstregeling zelf (BTW-Wetboek, artikel 77, ? 2; koninklijk besluit nr. 20, bijlage, tabel A, rubrieken XXII en XXVI) blijkt dat de fiscale voordelen ten gunste van bepaalde categorie?n van invaliden en gehandicapten die een automobiel voor personenvervoer langs de weg gebruiken een strikt persoonlijk recht is dat slechts wordt verleend aan de invalide of de gehandicapte zelf.
Niets belet dat de invalide of gehandicapte zich met het voertuig verplaatst in gezelschap van andere personen of dat hij, in zijn aanwezigheid, het besturen toevertrouwt aan een verwant of zelfs aan een derde.
Het voertuig mag daarentegen in principe niet worden gebruikt zonder de invalide of gehandicapte. De fiscale voordelen worden slechts verleend om tegemoet te komen aan de verplaatsingsmoeilijkheden van laatstgenoemde.
Als de invalide of gehandicapte niet zelf met de wagen kan rijden, is het evenwel evident dat de persoon die hem naar zijn werk of - als het een kind betreft - naar de school voert, zonder de invalide of gehandicapte met de wagen terugkeert naar het huis van laatstgenoemde en dat die persoon?s avonds weer vertrekt met het "lege" voertuig om betrokkene op te halen. Dit is a fortiori ook zo voor het vervoer van de invalide of gehandicapte met het oog op zijn hospitalisatie, zonder onderscheid of betrokkene gewoonlijk al dan niet zelf rijdt. In deze context is de administratie er altijd van uitgegaan dat er een onmiddellijk verband is tussen die uitzonderlijke trajecten zonder de invalide of gehandicapte en de noodwendigheden van het persoonlijk vervoer van betrokkene, zodat die trajecten het voordeel van de fiscale gunstmaatregelen niet in het gedrang brengen. De administratie zal evenmin kritiek leveren op het feit dat een familielid of een derde alleen met het voertuig naar de apotheek rijdt ten behoeve van de invalide of gehandicapte die, om gezondheidsredenen, zijn woning tijdelijk niet kan verlaten.
Behalve die gevallen waarvoor een tolerantie logischerwijze gerechtvaardigd is, beantwoordt elke ander gebruik van het voertuig zonder de invalide of gehandicapte niet aan de doelstellingen die aan de basis lagen van de invoering van betreffende gunstregeling. Het oneigenlijk gebruik van het voertuig heeft dus het verlies van de fiscale voordelen tot gevolg. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de echtgenoot het voertuig gebruikt zonder de invalide of gehandicapte voor boodschappen.
Een werkgroep, waarvan ook parlementsleden deel uitmaken, heeft ondertussen onderzocht of in verband met het gebruik van het voertuig niet ??n en ander kan worden bijgestuurd. Er mag niet uit het oog worden verloren dat elke nieuwe tolerantie noodzakelijkerwijze beperkt moet blijven tot situaties die duidelijk afgebakend zijn en die op grond van uitzonderlijke en concrete omstandigheden verantwoord blijken. Elke uitgesproken uitbreiding van de toepassing van betreffende gunstregelingen, zoals de afschaffing of een volledige versoepeling van de voorwaarde inzake het gebruik van het voertuig door de invalide of gehandicapte, zou niet alleen in strijd zijn met de basisprincipes van die regelingen maar zou bovendien ook de gunstregeling inzake BTW in het gedrang brengen. De Europese Commissie heeft immers de toelating gegeven die fiscale gunstregeling te behouden onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat Belgi? bedoelde regeling niet wijzigt. Het geachte lid zal dan ook begrijpen dat zijn suggestie, welke bestaat in de toekenning van het voordeel van de fiscale gunstregelingen in de mate dat het voertuig gebruikt wordt voor de behoeften van de invalide of gehandicapte met uitsluiting van dit voordeel voor de familieleden die er alleen gebruik van zouden maken, niet kan worden weerhouden.
Naar aanleiding van de besprekingen van de werkgroep werd de aandacht gevestigd op het feit dat invalide of gehandicapte kinderen voor het gebruik van het voertuig altijd afhankelijk zijn van een meerderjarige. Het voertuig zal dan ook meestal worden bestuurd door de wettige vertegenwoordiger van de invalide of gehandicapte die minderjarig is of onder het statuut van verlengde minderjarigheid is geplaatst. Die wettige vertegenwoordiger is trouwens belast met het verrichten van alle rechtshandelingen die betrekking hebben op het voertuig en die de invalide of gehandicapte ingevolge zijn handelingsonbekwaamheid niet zelf kan stellen. Rekening houdend hiermee zal de administratie voortaan geen kritiek leveren op het gebruik van het voertuig zonder de invalide of gehandicapte die minderjarig is of onder het statuut van verlengde minderjarigheid is geplaatst, voor zover dit slechts sporadisch gebeurt, het tevens gaat om een gebruik van het voertuig door de wettige vertegenwoordiger van de invalide of gehandicapte en het tenslotte ook het enige voertuig van het gezin betreft. Deze versoepeling zal worden gehandhaafd tot op het ogenblik dat de betrokken invalide in aanmerking komt voor hetzij de integratietegemoetkoming, bedoeld door de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten (Belgisch Staatsblad van 1 april 1987).
Bovendien zal er aan de gewesten worden voorgesteld evenmin kritiek te leveren op het sporadisch gebruik van het voertuig door de echtgenoot of echtgenote (of partner ingeval van wettelijk samenwonen) van de invalide of gehandicapte in diens belang en zonder zijn aanwezigheid en indien het gezin niet over een ander voertuig beschikt. Tevens zal de aandacht van de gewesten gevestigd worden op het feit dat de thans in de wetgeving opgenomen categorie?n van handicap beperkt zijn en dat een aanpassing ervan aangewezen is om te beantwoorden aan de maatschappelijke en sociale noden. Als de gewesten het hiermee eens zijn zal ik de goedkeuring van de Europese Commissie vragen inzake de aanpassing in die zin van de gunstregeling inzake BTW |
|