Mobiel met een handicap
Van en voor mobiele mensen met een handicap
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikersgroepenGebruikersgroepen   RegistrerenRegistreren 
 ProfielProfiel   Log in om je privéberichten te bekijkenLog in om je privéberichten te bekijken   InloggenInloggen 


Ook een eigen gratis forum?

- Met je eigen logo
- Filmpjes mogelijk!


Klik hier om jouw forum te maken


Financi?le en sociale situatie van de invaliden in Belgi?

 
Nieuw onderwerp plaatsen   Reageren    Mobiel met een handicap Forumindex -> Financiele problemen
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
patje
Site Admin


Geregistreerd op: 12 Apr 2007
Berichten: 141

BerichtGeplaatst: 3 Nov 2007 17:06:03    Onderwerp: Financi?le en sociale situatie van de invaliden in Belgi? Reageren met citaat

Financi?le en sociale situatie van de invaliden in Belgi?
Voet bij stuk
5 v??r twaalf (ziekenzorg CM)
In Vlaanderen heeft Ziekenzorg CM met een duizendtal
chronisch zieke mensen
overlegd en voorstellen gedaan
omtrent het inkomen van mensen
die "op invaliditeit" werden geplaatst.
Het waren goede voorstellen.
Voorstellen die vooral steunen op de solidariteit
met hen die het meest getroffen worden.
Deze voorstellen werden bevestigd en goedgekeurd
door de Raad van Bestuur van de Christelijke Mutualiteit.
Voor deze voorstellen hebben wij
met velen betoogd te Brussel.
Een breed front van sociale organisaties
ondersteunden op zondag 20 mei 2001 deze manifestatie.
Met beloften over opvolging
verdere bespreking in "een ronde tafel" met alle partners
trokken we huiswaarts.
We zijn nu, haast dag op dag,
8 maanden verder.
We staan nog altijd even ver.
Daarom willen we persoonlijk uw aandacht
vragen voor onze drie prioritaire eisen.
Niet meer dan drie.
Maar ze zijn wel levensnoodzakelijk.
Omdat zoals de bijgevoegde samenvatting
van een onderzoek gevoerd door LCM
duidelijk maakt dat alleenstaanden en
invalide gezinshoofden zonder partnerinkomen
bestaansonzeker zijn.
En dit is niet houdbaar.
Daarom houdt Ziekenzorg CM
na 8 maanden
voet bij stuk.

Drie meest prioritaire eisen
1. Uitkeringen met de garantie van een minimale bestaanszekerheid voor alleenstaanden en gezinshoofden.
D.w.z. een minimumstijging met 20 %, dit maakt :
van 29.000 fr. tot 35.000 fr. voor alleenstaanden
van 36.000 fr. tot 43.000 fr. voor gezinshoofden met beperkt bijkomend partnerinkomen
van 36.000 fr. tot 50.000 fr. voor gezinshoofden zonder partnerinkomen.
2. Verhoging van het vergoedingspercentage voor alleenstaanden van 45 % naar minimaal 50 % van het vroeger loon.
3. Verhoging van het toegelaten inkomen van de partner in gezinnen
met een invalide gezinshoofd van 24.178 fr. tot 30.928 fr. zoals voor sommige werklozen, of tot het minimumloon begrensd op 42.000 fr.


Financi?le en sociale situatie van de invaliden in Belgi?
Enquete bij 413 invaliden van de CM

1. Gevolgde methodologie
De enqu?te werd uitgevoerd in de maanden mei en juni 2001. De enqu?te zelf werd bij de ondervraagde persoon thuis gehouden en gebeurde via interview. Het zijn de medewerkers van de sociale diensten van de CM die contact hebben opgenomen met deze (willekeurig geselecteerde) personen en, met hun akkoord, de interviews hebben afgenomen. Elke CM had een te realiseren quotum enqu?tes zodat het hele territorium bestreken werd.
De enqu?te heeft betrekking op de sociale situatie van de bevraagde personen, de financi?le situatie en de uitgaven van de gezinnen waarvan ze deel uitmaken, de situaties van bestaansonzekerheid waaraan deze gezinnen het hoofd moeten bieden, hun mate van afhankelijkheid van anderen en hun visie of mogelijkheden inzake een eventuele hertewerkstelling.
Hoe betrouwbaar zijn de gegevens die tijdens deze interviews verzameld werden ? De enqu?teurs die deze opdracht uitvoerden, hebben de gewoonte dit soort vragen te stellen (over inkomsten, levensstijl, ?). Via de pertinente commentaren van de enqu?teurs en op basis van de consistentie van de verkregen informatie, kunnen we ons een nauwkeurig beeld vormen van de vastgestelde sociale situaties. Bovendien hadden de enqu?teurs in 87% van de gevallen volledige of gedeeltelijke toegang tot de offici?le documenten, de facturen van de gezinnen.

2. Profiel van de bevraagde invaliden en hun gezin
2.1. Bij de invaliden die aan de enqu?te deelnamen, bevonden zich evenveel mannen als vrouwen. 68% van hen zijn tussen 35 en 54 jaar oud.
2.2. De bevraagde personen behoren tot verschillende gezinstypes. We hebben aan de invalide personen een precieze omschrijving van hun gezin gevraagd (in de zin van een economische eenheid waar alle uitgaven en inkomsten van de gezinsleden samengebracht worden - idee: "gemeenschappelijke pot"). Dit is de onderverdeling van de bevraagde personen op basis van de samenstelling van hun gezin:
Groep Samenstelling v/h gezin en kenmerken Gemiddeld aantal personen in het gezin Aantal
gezinnen

Groep 1 Invaliden die samenwonen met een eventuele partner en/of andere familieleden maar GEEN KINDEREN TEN LASTE 2 168 =(40,7 %)
Groep 2 Invaliden met een eventuele partner en/of andere familieleden PLUS KINDEREN DIE FINANCIEEL TEN LASTE ZIJN 4 106 =(25,7 %)
Groep 3 Allenstaande invaliden (42% vanhen zijn feitelijk gescheiden of uit de echt gescheiden) 1 108 =(26,2 %)
Groep 4 Invaliden die enkel samenwonen met kinderen die financieel te laste zijn maar zonder partner of andere familieleden, (87% van hen zijn vrouwen die feitelijk of uit de echt gescheiden zijn) 3 31 =(7,5 %)



2.3. Als andere kenmerken van de invaliden van onze enqu?te onthouden we dat we geconfronteerd werden met:
- weinig situaties van afhankelijkheid (amper 16 invaliden op de 413 kenden een gevoelig tot groot verlies aan autonomie);
- maar wel met veel invaliden die de verhoogde tegemoetkoming van de ziekteverzekering genieten.
Groep Alle gezinnen Groep 1 Groep 2 Groep 3 Groep 4
Aandeel invaliden met verhoogde tegemoetkoming 43 % 29% 20% 82 % 68 %



3. Het beschikbare inkomen van deze gezinnen
3.1. Er is natuurlijk de invaliditeitsvergoeding. Maar naast deze vergoeding lopen de beschikbare inkomstenbronnen uiteen volgens het gezinstype. Hieronder vermelden we de voornaamste bronnen van inkomsten die werden opgegeven. (De absolute cijfers hebben betrekking op het aantal gezinnen waar de omschreven situatie zich voordoet).


Beschikt de invalide persoon over bijkomende inkomsten naast de vergoeding?
Groep 1 Ja: 54 - Inkomsten van toegelaten werk (29% v/d gevallen)
-Gehandicaptenuitkering (31% v/d gevallen)
-Rente voor beroepsziekte (21 % v/d gevallen)
-Inkomsten v/e priv?-verzekering ( 14% v/d gevallen)
-Vergoeding "hulp van derden (14% v/d gevallen
Groep 3 37 - Inkomsten van toegelaten werk (29% v/d gevallen)
-Gehandicaptenuitkering (31% v/d gevallen)
-Rente voor beroepsziekte (21 % v/d gevallen)
-Inkomsten v/e priv?-verzekering ( 14% v/d gevallen)
-Vergoeding "hulp van derden (14% v/d gevallen)
Groep 2 80 -Inkomsten van toegelaten werk(14% v/d gevallen)
-Alimentatie (18 % v/d gevallen)
-Kinderbijslag (93% v/d gevallen)
-Studiebeurs (29 % v/d gevallen
Groep 4 31 -Inkomsten van toegelaten werk(14% v/d gevallen)
-Alimentatie (18 % v/d gevallen)
-Kinderbijslag (93% v/d gevallen)
-Studiebeurs (29 % v/d gevallen
Draagt de partner v/d invalide persoon bij aan het gezinsinkomen?
Groep 1 Ja: 111 -Beroepsinkomsten (68 % v/d gevallen)
-een of andere vergoeding(27 % v/d gevallen) vb:Arbeidsongeschiktheid, werkloosheid,arbeidsongeval, beroepsziekte, loopbaanonderbreking.
Groep 2 91 -Beroepsinkomsten (68 % v/d gevallen)
-een of andere vergoeding(27 % v/d gevallen) vb:Arbeidsongeschiktheid, werkloosheid,arbeidsongeval, beroepsziekte, loopbaanonderbreking.
Dragen de inwonende familieleden bij aan het gezinsinkomen?
Groep 1 Ja: 24 - Pensioen (70 % v/d gevallen)
-Inkomsten uit werk (22 % v/d gevallen)
Groep 2 3 - Pensioen (70 % v/d gevallen)
-Inkomsten uit werk (22 % v/d gevallen)



3.2. Al deze verschillende inkomsten vormen de beschikbare middelen die de gezinnen in staat stellen een bepaalde levenskwaliteit te bereiken. We hebben aan de bevraagde personen gevraagd een raming te geven van het totale beschikbare inkomen van hun gezin, d.w.z. de som van alle binnenkomende bedragen:
- de verschillende inkomsten die de invalide persoon zelf ontvangt (zijn vergoeding en mogelijke andere inkomsten);
- plus eventueel de verschillende inkomsten van partner en andere familieleden, die deel uitmaken van het gezin, die hier ook aan bijdragen;
- een raming van het totaal, na aftrek van belastingen en eventuele sociale zekerheidsbijdragen.
De gezinnen van de verschillende groepen beschikken over heel uiteenlopende inkomens. Dit blijkt uit de vergelijking met de mediaan van de opgegeven inkomsten.

Mediaan van het maandelijks beschikbaar nettoinkomen
Alle gezinnen samen 55.000 BEF /Maand
Groep 1 60.000
Groep 2 75.000
Groep 3 30.000
Groep 4 50.000



De mediaan geeft het inkomensbedrag dat de beschouwde populatie onderverdeelt in twee subpopulaties met een gelijk aantal gezinnen. Als we alle gezinnen van onze enqu?te samennemen, zien we dus dat 50% van hen over minder dan 55.000 en 50% over meer dan 55.000 BEF / maand beschikt om te leven.
Het zijn de gezinnen van de groepen 3 en 4 die de grootste moeilijkheden hebben op het vlak van inkomen: 50% van de gezinnen van groep 3 hebben minder dan 30.000 BEF / maand om te leven, 50% van de gezinnen van groep 4 hebben minder dan 50.000 BEF / maand om te leven. De gezinnen van groep 1 en vooral van groep 2 hebben meer mogelijkheden qua inkomen, de medianen van deze groepen liggen hoger.

4. Uitgaven

In de enqu?te is gedetailleerd nagegaan welke uitgaven de bevraagde gezinnen hebben op maandbasis. Onderstaande tabel geeft voor enkele grote posten de gemiddelde uitgaven per gezinstype. Waar mogelijk is een vergelijking gemaakt met cijfers voor de Belgische bevolking.

A. Gezinstype Gemiddelde maandelijkse uitgaven Belgische bevolking (NIS, 1997-1998) Gemiddelde maandelijkse uitgaven, Onze studie(CM)
Alle gezinnen 25 % laagste inkomens Groep 1 Groep 2 Groep 3 Groep 4
huisvesting, energie, water 23.793 16.835 13.474 19.964 10.057 18.153
voeding, huishoudproducten 15.455 8.570 18.580 23.953 8.870 16.972
schoenen en kledij 5.002 1.920 2.209 2.978 764 1.614
Financi?le diensten en verzekeringen 4.248 1.847 5.248 5.360 1.844 3.380
belastingen en diverse lokale heffingen 3.639 4.095 1.010 1.179
onderhoud woning, huishoudartikelen 3.867 1.445 4.640 4.958 2.013 3.278
vervoer en communicatie 12.197 4.551 8.517 11.855 4.492 9.221
vrije tijd, vacanties, cultuur, onderwijs 11.559 5.016 4.567 9.496 2.503 6.813
gezondheidsuitgaven 3.823 2.360 6.136 6.203 4.320 4.686
alle uitgaven 88.458 46.436 67.650 89.562 37.559 66.060





Voor bepaalde posten zijn de gemiddelde uitgaven van de gezinnen in de enqu?te vergelijkbaar met de gemiddelde uitgaven van de Belgische bevolking. Het gaat meer bepaald om de uitgaven voor voeding en huishoudproducten, voor verzekeringen en voor woningonderhoud.
Voor de overige posten is het uitgavenniveau eerder vergelijkbaar met dat van de zwakste inkomensgroepen in ons land. Het betreft de uitgaven voor huisvesting en nutsvoorzieningen, voor kledij en schoenen en voor vrije tijd en vakantie.
Voor de meeste uitgavenposten stellen we vast dat de ??noudergezinnen en vooral de alleenstaande invaliden (groep 3 en 4 ) lagere uitgaven hebben dan de anderen. Dit wordt slechts ten dele veroorzaakt door de verschillen in gezinsgrootte.
Enkel voor gezondheidszorg moeten de invaliden uit de enqu?te gemiddeld meer uitgeven dan de Belgische bevolking. Dit ligt, gezien hun minder gunstige gezondheidstoestand, in de lijn der verwachtingen.
Bepaalde uitgaven zijn geconcentreerd bij een kleine groep gezinnen. Het gaat hier om bepaalde uitgaven voor gezondheidszorg (vb. hulpmiddelen), uitgaven voor woningonderhoud en belastingen.
Uit de commentaren van de interviewers blijkt dat voor een aantal gezinnen bepaalde uitgaven eigenlijk nodig zijn, maar dat hiervoor onvoldoende financi?le ruimte is.

5. Risico van armoede of bestaansonzekerheid
In het onderzoek is vanuit verschillende invalshoeken gepeild naar het risico van armoede of bestaansonzekerheid bij de invaliden.
5.1. Verhouding inkomen - uitgaven
Aan de invaliden is gevraagd in welke mate zij kunnen rondkomen met het beschikbaar gezinsinkomen. Onderstaande tabel geeft per gezinstype de verdeling van de antwoorden.

Groep 1 Groep 2 Groep 3 Groep 4 Alle gezinnen
B.Zeer moeilijk/moeilijk 49,9 % 55,6 % 72,3 % 80,6 % 57,8 %
Niet moeilijk, maar ook niet gemakkelijk 41,5 % 35,5 % 22 % 16 % 33,5%
Gemakkelijk/zeer gemakkelijk 12,5 % 6,6 % 5,6 % 3,2 % 8,5 %

Bijna 58% van alle gezinnen zegt moeilijk of zeer moeilijk te kunnen rondkomen met het totaal beschikbaar inkomen. Uit de resultaten blijkt dat de gezinnen uit de groepen 3 en 4 in sterkere mate met problemen geconfronteerd worden. Voor deze groepen bedraagt het percentage respectievelijk 72% en 81%. Deze resultaten moeten ook in verband gebracht worden met het zwakke inkomensniveau van deze gezinnen.
De gezinnen die stellen dat ze "niet moeilijk maar ook niet gemakkelijk", "moeilijk" of "zeer moeilijk" kunnen rondkomen, geven aan dat ze maandelijks over gemiddeld 10.000 ? 15.000 fr. meer zouden moeten beschikken.
5.2. Noodzaak om te besparen
Aan de invalide is gevraagd of zijn gezin op bepaalde uitgaven moet besparen. Er is nagegaan in welke mate de gezinnen met een invalide gedwongen worden tot besparingen of in welke mate ze zich om financi?le redenen bepaalde zaken moeten ontzeggen.
In onderstaande tabel wordt voor enkele uitgavenposten aangegeven voor welk aandeel van de onderzoekspopulatie op de uitgaven bespaard moet worden of voor wie de uitgaven bijna niet meer of niet meer mogelijk zijn.

Uitgavenposten Groep 1 Groep 2 Groep 3 Groep 4 Alle gezinnen
Reizen 70,3 % 71,7 % 86 % 87 % 76 %
Geschenken 61,3 % 66,1 % 74 % 84 % 67,5 %
Vrije tijd en ontspanning 56,6 % 63,2 % 75 % 84 % 65%
Inrichting en onderhoud woning 49,4 % 60,4 % 75 % 87 % 60,5 %
Schoenen en kledij 53 % 48,1 % 70,5 % 80,5 % 58,5 %
Aankoop van elektrische apparaten 36,9 % 50 % 69,5 % 68 % 51 %
Transport, verplaatsingen 37,1 % 40,6 % 47 % 55 % 42 %
C. Telefoon 35,7 % 41,5 % 48 % 51,5 % 41,5 %
Bril, tandprothesen, hulpmiddelen 36,9 % 25,5 % 50 % 55 % 38,5 %
Verwarming 26,8 % 33 % 37 % 51,5 % 33 %
Voeding 17,9 % 18,9 % 36 % 35,5 % 24,5 %
Hospitalisatieverzekering 15,5 % 18,9 % 40 % 22,5 % 23,5 %
Consultatie bij huisarts of specialist 10,7 % 15,1 % 27 % 32,5 % 17,5 %
Familiale verzekering 9 % 6,6 % 33,3 % 16,2 % 15,2 %

We stellen vast dat de helft tot drievierde van de gezinnen moet besparen op uitgavenposten als: reizen, geschenken, vrije tijd en ontspanning, inrichting en onderhoud van de woning en schoenen en kledij. Het gaat hier om uitgaven voor zaken die kunnen beschouwd worden als minder onontbeerlijk. Op andere uitgaven die wel beschouwd kunnen worden als onmisbaar (voeding, consultaties) moet in mindere mate bespaard worden, al zijn de cijfers zeker niet te verwaarlozen.
De resultaten tonen ook aan dat binnen de onderzoekspopulatie gezinnen van de groepen 3 en 4 in veel grotere mate te maken hebben met gedwongen besparingen.

5.3 Andere aanwijzingen van bestaansonzekerheid
Er zijn tenslotte nog een aantal bijkomende indicatoren van het risico van bestaansonzekerheid of armoede bij de bevraagde invaliden.
Er is vastgesteld dat slechts een minderheid van de bevraagde gezinnen (19%) nog in staat is om te sparen.

Bij 48 % van de gezinnen die nog over spaargeld beschikken, moeten dit regelmatig aanwenden om gewoon rond te komen.

In 31 % van de gezinnen moet men regelmatig een beroep doen op financi?le of andere hulp van familieleden, vrienden of bepaalde organisaties om de eindjes aan elkaar te knopen.

Ruim eenderde van de gezinnen heeft nog ??n of meerdere openstaande rekeningen. Het gaat vooral om openstaande ziekenhuisrekeningen, nog niet betaalde belastingen en persoonlijke leningen.
Groep 1 Groep 2 Groep 3 Groep 4 Alle gezinnen
Mogelijkheid tot sparen 18,5 % 29 % 13 % 10 % 19 %
Noodzaak van financi?le of andere hulp van familie, vrienden of organisaties 15 % 30 % 54,5 % 48,5 % 31,5 %
Onbetaalde rekeningen 28 % 32 % 41,5 % 48,5 % 34 %

Voor al deze indicaties van armoede en bestaansonzekerheid is opnieuw vastgesteld dat de gezinnen uit de groepen 3 en 4 zich in de minst gunstige situatie bevinden.


6. Arbeidsongeschiktheid, sociale activiteiten en toekomstperspectieven

6.1. Tewerkstelling
Slechts 10 % van de bevraagde invaliden oefent een beroepsactiviteit uit in het kader van toegelaten arbeid, en dit gemiddeld 16,8 uur per week. Onderstaande tabel toont aan dat de bevraagde invaliden bovendien zeer pessimistisch zijn over een mogelijke werkhervatting in de toekomst. Slechts 3 % geeft zichzelf veel kansen terwijl meer dan de helft zich niet meer in staat acht om ooit het werk te hervatten.

Alle gezinnen Groep 1 Groep 2 Groep 3 Groep 4
Geen antwoord 4,8 % 3 % 4,7 % 7,4 % 6,5 %
Veel kansen 3,1 % 1,2 % 6,6 % 3,7 % 0 %
Weinig kansen 7 % 5,4 % 8,5 % 8,3 % 6,5 %
Eerder somber 23,5 % 16,7 % 28,3 % 26,9 % 32, 3 %
Niet meer in staat 52,1 % 66,7 % 42,5 % 41,7 % 41,9 %
Weet niet 9,4 % 7,1 % 9,4 % 12 % 12,9 %



Aan de invaliden is ook gevraagd onder welke voorwaarden ze het werk willen hervatten indien hun gezondheidstoestand dit zou toelaten. Uit de antwoorden blijkt dat de invaliden veel belang hechten aan zowel financi?le als aan niet-financi?le voorwaarden. De invaliden hechten het meest belang aan volgende drie voorwaarden:
- Geen inkomensverlies indien men opnieuw ziek wordt (74 %);
- Werksfeer, werkomstandigheden (62%);
- De aard of de inhoud van het werk (61,5%).


6.2. Sociale activiteiten
In het onderzoek is met enkele vragen gepeild naar de intensiteit van het sociaal leven van de inva-liden. We kunnen concluderen dat vele invaliden over het algemeen weinig sociale contacten heb-ben. Dit wordt deels veroorzaakt door de minder gunstige gezondheid, maar ook door de beperkte financi?le middelen waarover men beschikt. Dit heeft tot gevolg dat er een re?el gevaar is van soci-aal isolement. Het wijst er ook op dat de kwaliteit van het leven ook op dit vlak eerder beperkt is.
Slechts 34 % van de invaliden die aan het onderzoek hebben deelgenomen, hebben nog contact met collega's van het werk.
Slechts 13 % van de bevraagden is als vrijwilliger actief in een of andere organisatie. Van die-genen die niet als vrijwilliger actief zijn wenst slechts 25 % dit in de toekomst wel te zijn.
De invaliden nemen ook weinig deel aan het sociaal leven in hun omgeving. 79 % doet niet aan sport, 75 % gaat nooit naar een sportmanifestatie, 66 % heeft geen enkele activiteit buitenshuis, 63 % gaat nooit naar de film, naar een concert of naar het toneel en 56 % gaat 's avonds nooit eens uit. (Cijfers voor de voorbije 12 maanden)

7. Besluit
De onderzoeksresultaten leren ons dat bepaalde groepen invaliden daadwerkelijk beperkte middelen hebben om van te leven. Dit is vooral het geval voor alleenstaande invaliden en ??noudergezinnen. Binnen deze groepen is het aandeel van de gerechtigden op een verhoogde tegemoetkoming trouwens zeer hoog, wat een bevestiging is van de opgegeven inkomenscategorie?n.

Het beschikken over beperkte middelen heeft duidelijk gevolgen voor de levenskwaliteit van de bevraagde invaliden. Ze zien zich gedwongen om te besparen op heel wat uitgaven. Bepaalde uitgaven zijn voor sommigen zelfs (bijna) niet meer mogelijk. Ook andere parameters wijzen op een re?le situatie van bestaansonzekerheid. Ongeveer 58 % heeft het moeilijk of zeer moeilijk om met het beschikbaar inkomen rond te komen. Voor invaliden die alleen wonen is dit 72 %, het percentage loopt op tot 81 % voor de alleenstaande invaliden met kinderen ten laste. Voor deze gezinstypes zijn de besparingen bovendien dwingender. Zij kunnen dus beschouwd worden als de meest kwetsbare groep. Gelukkig kunnen velen in nood terugvallen op solidariteit vanuit de familie en van daarbuiten.

Algemeen gesproken, is voor de invaliden uit het onderzoek ook vastgesteld dat ze te kampen heb-ben met een zeker sociaal isolement. Daarenboven hebben ze zelf weinig optimistische vooruit-zichten. Voor sommigen lijkt het alsof ze in hun situatie berusten.
Het is duidelijk dat gestreefd moet worden naar een verbetering van de levenskwaliteit van invaliden. Dit kan onder andere door een verhoging van hun inkomen. Hierbij dient bijzondere aandacht te gaan naar de meest kwetsbaren binnen de groep invaliden. Dit is ook wat de CM zeer concreet voorstelt.

Met onze dank aan: Departement R&D : Herv? Avalosse - Hilde Van Winckel - Rebekka Verniest
Terug naar boven
Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen Website bekijken







Geplaatst: 3 Nov 2007 17:06:03    Onderwerp:

Terug naar boven
Berichten van afgelopen:   
Nieuw onderwerp plaatsen   Reageren    Mobiel met een handicap Forumindex -> Financiele problemen Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen in dit subforum
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Je mag je berichten niet bewerken in dit subforum
Je mag je berichten niet verwijderen in dit subforum
Je mag niet stemmen in polls in dit subforum


Wil je ook een eigen gratis forum?

- Direct online
- Gratis je eigen logo
- Filmpjes en video mogelijk!


Klik hier om onmiddellijk jouw eigen forum aan te maken









Powered by phpBB © 2001, 2005 phpBB Group
Vertaling door Lennart Goosens.